ECLI:NL:CRVB:2009:BI0315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen beiden een AOW-pensioen berekend naar de norm voor ongehuwden. Naar aanleiding van gegevens dat zij op hetzelfde adres stonden ingeschreven, stelde de Sociale verzekeringsbank (Svb) een onderzoek in. Dit leidde tot een huisbezoek en een ondertekende checklist waaruit bleek dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden vanaf 7 december 2004.
De Svb herzag daarop de pensioenen per 1 januari 2005 naar de gehuwdennorm. Appellanten stelden dat de wederzijdse zorg pas later begon en dat de checklist onjuistheden bevatte, maar de Raad verwierp deze grieven. De Raad benadrukte dat objectieve criteria en feiten, zoals financiële verstrengeling en wederzijdse zorg, doorslaggevend zijn.
De Raad concludeerde dat appellanten aan deze criteria voldeden en dat de Svb terecht de pensioenen had herzien. Er waren geen dringende redenen om van herziening af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de AOW-pensioenen wegens gezamenlijke huishouding vanaf 7 december 2004.