ECLI:NL:CRVB:2009:BI0845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontheffing arbeidsverplichtingen bij bijstandsuitkering niet alleen op medische gronden
Appellante, een bijstandsgerechtigde onder de Wet werk en bijstand (WWB), was tijdelijk ontheven van haar arbeidsverplichtingen. Het College had dit besluit genomen op basis van een medisch onderzoek dat een negatieve arbeidsgeschiktheidsindicatie gaf. De rechtbank had het beroep van appellante deels gegrond verklaard, maar liet het bezwaar tegen de ontheffing van 31 maart 2006 ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het College onterecht alleen het medisch onderzoek als maatstaf gebruikte om haar verdergaand te ontheffen van arbeidsverplichtingen. De Raad stelde vast dat het College een te beperkte uitleg gaf aan het begrip 'dringende redenen' in artikel 9, tweede lid, WWB, aangezien deze niet uitsluitend medisch van aard hoeven te zijn. Het College had onvoldoende rekening gehouden met andere relevante feiten en omstandigheden.
De Raad vernietigde daarom het besluit van 23 januari 2007 voor zover het bezwaar tegen de ontheffing van 31 maart 2006 ongegrond werd verklaard en bepaalde dat het College een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het besluit van het College wordt vernietigd voor zover het bezwaar tegen de ontheffing van arbeidsverplichtingen ongegrond werd verklaard.