ECLI:NL:CRVB:2009:BI0940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsaanvraag wegens onjuiste motivering
Appellant had bijstand ontvangen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na opname van € 17.000 van zijn bankrekening trok het College de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens onvoldoende verstrekte informatie. Een nieuwe aanvraag werd afgewezen omdat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij het bedrag niet meer bezat.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het bedrag niet aan hem toebehoorde en was terugbetaald aan zijn moeder. De Raad oordeelde dat een vrijspraak in een strafrechtelijke procedure niet bindend is voor de bestuursrechter en dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd dat hij het bedrag niet meer bezat.
Echter stelde de Raad vast dat zelfs als appellant het bedrag nog zou bezitten, zijn vermogen negatief was door een bestaande schuld aan de gemeente, waardoor het vermogen niet aan bijstandsverlening in de weg stond. De motivering van het College was daarom onjuist en de Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het College moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en het College dient een nieuw besluit te nemen.