ECLI:NL:CRVB:2009:BI1001
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- G.L.M.J. Stevens
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen afwijzing aanvulling invaliditeitspensioen na ontslag ambtenaar
Appellant, een gewezen ambtenaar van de Universiteit van Amsterdam, stelde beroep in tegen het besluit van 28 februari 2006 waarbij zijn verzoek om een aanvulling op het invaliditeitspensioen werd afgewezen. De rechtbank had zich onbevoegd verklaard vanwege een lopende civiele schadeprocedure, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit geen schadebesluit was en vernietigde de onbevoegdverklaring.
De Raad stelde vast dat appellant geen formele aanvraag had ingediend binnen de voorgeschreven termijn van drie jaar na ontslag, zoals vereist in artikel 41 van Pro de ZANU. Appellant voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals langdurige psychische problemen, hem verhinderden tijdig een aanvraag te doen en dat het college een geneeskundig onderzoek had moeten instellen. De Raad vond echter onvoldoende bewijs voor deze onmogelijkheid en concludeerde dat het college terecht de aanvraag had afgewezen wegens termijnoverschrijding.
De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van appellant in hoger beroep en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed. Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard, waarmee het besluit tot afwijzing van de aanvulling op het invaliditeitspensioen in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvulling op het invaliditeitspensioen wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.