ECLI:NL:CRVB:2009:BI1153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- M.C.M. van Laar
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid eigen werk ondanks tendomyogene pijnklachten
Betrokkene ontving een WAO-uitkering die door het UWV werd ingetrokken op grond van geschiktheid voor het eigen werk als croupier. De rechtbank had de intrekking vernietigd en verwees naar een neuropsychologisch rapport van Van der Zwaag dat beperkingen op het gebied van concentratie en duurbelasting aanwees.
De Raad stelt dat de cognitieve beperkingen die Van der Zwaag rapporteerde niet in een logisch en consistent verband staan met de tendomyogene pijnklachten van betrokkene. Er zijn geen neurologische of psychiatrische afwijkingen vastgesteld die deze cognitieve tekorten kunnen verklaren. De bezwaarverzekeringsarts heeft dit onderbouwd en de Raad volgt deze redenering.
Daarnaast is vastgesteld dat betrokkene geschikt is voor haar werk als croupier, mede op basis van arbeidsdeskundige rapportages die een werkplekonderzoek omvatten. De fysieke beperkingen uit de Functionele Mogelijkheden Lijst worden niet overschreden door de werkzaamheden.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat betrokkene geschikt is voor haar werk als croupier.