ECLI:NL:CRVB:2009:BI1197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R. Kooper
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging WWB-uitkering wegens onverantwoord interen op letselschadeuitkering
Appellant ontving bijstand met een verlaging van 10% wegens onverantwoord interen op een letselschadeuitkering. Na omzetting van de bijstand naar WWB werd de verlaging verhoogd. Appellant verzocht om herziening en beëindiging van de maatregel, wat door het dagelijks bestuur werd afgewezen. Tevens werd bijzondere bijstand voor een huurschuld en een kniebrace geweigerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad oordeelt dat appellant voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn financiële problemen mede door de maatregel zijn veroorzaakt, waardoor het besluit van 12 september 2006 vernietigd wordt voor zover het weigert de maatregel per 8 november 2005 ongedaan te maken. De weigering van bijzondere bijstand voor de huurschuld en kniebrace wordt bevestigd.
De Raad veroordeelt het dagelijks bestuur tot vergoeding van proceskosten en bepaalt dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de WWB-uitkering wordt vernietigd voor zover het weigert de maatregel per 8 november 2005 ongedaan te maken en het dagelijks bestuur moet een nieuw besluit nemen.