ECLI:NL:CRVB:2009:BI1928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing herziening bijstandsuitkering wegens inkomsten uit arbeid
Appellant ontving bijstand van juni 2000 tot juli 2002. Naar aanleiding van een belastingsignaal over 2002 stelde het College een onderzoek in naar de inkomsten uit arbeid via een uitzendbureau. Het College herzag bij besluit van 15 april 2005 de bijstand en vorderde terugbetaling wegens niet of niet behoorlijk opgegeven inkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de loongegevens van het uitzendbureau en de Belastingdienst niet overeenstemden en dat misbruik was gemaakt van zijn sofinummer.
De Raad oordeelt dat het College tekort is geschoten in zijn onderzoeksplicht door niet voldoende loongegevens en de naam van de inlener op te vragen. Hierdoor is het besluit niet met de nodige zorgvuldigheid voorbereid, wat strijdig is met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het College opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het College veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening van de bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek door het College.