ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.F. Bandringa
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsbesluit wegens onvoldoende onderzoek naar vermeende inkomsten uit arbeid
Appellante ontving bijstand sinds 19 maart 2003. Het College stelde een onderzoek in naar vermeende inkomsten uit arbeid via een uitzendbureau in de periode augustus-september 2003, op basis van een signaal van het inlichtingenbureau. Het College herzag de bijstand en vorderde terugbetaling wegens het niet melden van inkomsten. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze herziening ongegrond, maar vernietigde het besluit wegens een onjuiste wettelijke grondslag, terwijl de rechtsgevolgen in stand bleven.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet heeft gewerkt en dat misbruik van haar sofinummer is gemaakt. Zij betwistte de schending van haar inlichtingenplicht en stelde dat het College onvoldoende onderzoek had verricht. De Raad stelde dat het College de bewijslast draagt en dat het onderzoek niet zorgvuldig was, omdat essentiële gegevens zoals de naam van de inlener ontbraken en het adres op de salarisspecificaties niet klopte.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en herroept het oorspronkelijke besluit van 20 december 2005. Het College wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante. Het ontbreken van nader onderzoek en het feit dat het uitzendbureau niet meer bestaat, brengt het risico van onherstelbare onderzoeksbeperkingen voor het College mee.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de bijstand wordt herroepen wegens onvoldoende onderzoek door het College.