ECLI:NL:CRVB:2009:BI3086
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Weigering gelijkstelling met vervolgde wegens onvoldoende verbondenheid met Nederland
Appellante, geboren in 1939, vroeg een periodieke uitkering als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Verweerster wees de aanvraag af omdat appellante niet voldeed aan de nationaliteits- en woonplaatseisen en onvoldoende verbondenheid met Nederland kon worden vastgesteld. De Raad vernietigde eerder een besluit en gaf verweerster opdracht tot hernieuwd besluit, maar dit bleef bij afwijzing.
In beroep stelde appellante dat de woonplaatseis strijdig is met het EU-vrij verkeer en dat zij wel degelijk een hechte en duurzame verbondenheid met Nederland heeft, onder meer vanwege haar jeugdverblijf en familiecontacten. Verweerster handhaafde het standpunt dat appellante onvoldoende verbonden is, omdat zij buiten Nederland is geboren en na 1953 slechts contact had via familie.
De Raad oordeelde dat het EU-arrest niet van toepassing is omdat appellante nooit Nederlandse nationaliteit had. Het beleid van verweerster om bijkomende factoren te eisen voor gelijkstelling is niet onaanvaardbaar. De Raad vond geen onjuist beeld bij verweerster en achtte de weigering redelijk. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van bezwaar en beroep is overschreden, deels door verweerster en deels door de Raad, en werd een procedure voor schadevergoeding geopend.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering van gelijkstelling met de vervolgde wordt ongegrond verklaard.