ECLI:NL:CRVB:2009:BK8203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Betrokkene had een bezwaarprocedure gestart tegen een besluit van de Raadskamer WUV, die uiteindelijk bijna tien jaar duurde. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, met ruim vijf jaar was overschreden.
De Raad heropende het onderzoek naar de schadevergoeding en bepaalde dat de Staat en de Raadskamer als partijen in deze procedure moesten optreden. De Raad oordeelde dat de overschrijding deels aan de Staat en deels aan de Raadskamer toerekenbaar was, en kende een totale schadevergoeding van €5.500 toe, waarvan €3.000 voor rekening van de Staat komt en €2.500 voor de Raadskamer.
De Raad verwierp het standpunt van de Raadskamer dat schadevergoeding alleen mogelijk is bij vernietiging van het besluit en dat betrokkene niet tijdig had gevorderd. Tevens werd vastgesteld dat de langere behandelingsduur niet gerechtvaardigd was, ondanks de bijzondere termijnen in de Wuv.
Daarnaast veroordeelde de Raad zowel de Staat als de Raadskamer in de proceskosten van betrokkene, elk voor de helft van €644. De uitspraak benadrukt het belang van de redelijke termijn en de mogelijkheid tot vergoeding bij overschrijding, ook als het besluit niet is vernietigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep kende betrokkene een schadevergoeding toe van €5.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn, te betalen door de Staat en de Raadskamer.