ECLI:NL:CRVB:2009:BI3723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. de Mooij
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderbijslag wegens ontvangst pleegzorgvergoeding en proceskostenvergoeding
Appellant verzocht kinderbijslag voor zijn kleinzonen die sinds eind 2005 in zijn huishouden verblijven. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat appellant niet de voogdij had en de kinderen niet als pleegkinderen konden worden aangemerkt. In bezwaar werd aangevoerd dat de ouderlijke band was verbroken en appellant de zorg overnam, ondersteund door een pleegzorgvergoeding van Stichting Agogische Zorgcentra Zeeland.
De Svb handhaafde het besluit, stellende dat door de pleegzorgvergoeding de kinderen niet als eigen kinderen worden onderhouden. De rechtbank oordeelde dat de pleegzorgvergoeding kostendekkend is en bevestigde de afwijzing van kinderbijslag, maar kende een beperkte proceskostenvergoeding toe. In hoger beroep betwist appellant dit oordeel en de hoogte van de proceskostenvergoeding.
De Raad overweegt dat de pleegzorgvergoeding betekent dat niet wordt voldaan aan het vereiste van eigen onderhoud volgens artikel 7, tiende lid, AKW. De afwijzing van kinderbijslag wordt bevestigd. De Raad vernietigt echter het oordeel over de proceskostenvergoeding in eerste aanleg en stelt deze vast op €322,-. De Svb wordt veroordeeld tot betaling van in totaal €644,- aan proceskosten in beroep en hoger beroep, inclusief griffierecht.
Uitkomst: De kinderbijslag wordt geweigerd omdat de pleegzorgvergoeding kostendekkend is, maar appellant krijgt proceskostenvergoeding toegekend.