Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
18 september 2018
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/kantoor Den Haag(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, pleegouder van haar kleindochter die sinds 2011 bij haar woont, vorderde in haar belastingaangifte 2012 toepassing van de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de verhoogde alleenstaande-ouderkorting. De Inspecteur wees dit verzoek af, waarna belanghebbende beroep instelde bij de Rechtbank, dat ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep stond centraal of de kleindochter als pleegkind kon worden aangemerkt voor fiscale kortingen, waarbij vooral de onderhoudseis van belang was. Hoewel de opvoedingseis niet werd betwist, bleek dat een substantieel deel van de onderhoudskosten werd gedekt door een pleegzorgvergoeding van de overheid, waardoor niet aan de onderhoudseis werd voldaan.
Belanghebbende voerde aan dat dit discriminerend was, maar het Hof oordeelde dat de Inspecteur steeds beoordeelt of een vergoeding de onderhoudseis belemmert, zodat geen sprake is van ongelijke behandeling. Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de fiscale kortingen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de onderhoudseis voor toepassing van de fiscale kortingen.