ECLI:NL:CRVB:2009:BI7114
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds september 2002 bijstand en gaf een woonadres op dat hij later als postadres bestempelde. Bij een huisbezoek in mei 2005 bleek appellant niet op dat adres te wonen. Het College trok daarop de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna de Centrale Raad van Beroep het besluit vernietigde wegens procedurele fouten en het College opdracht gaf een nieuw besluit te nemen.
Het College herzag het besluit en verklaarde opnieuw de bezwaren ongegrond met dezelfde grondslag. Appellant ging hiertegen in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant onjuiste of onvolledige informatie had verstrekt over zijn woonadres en daarmee tekort was geschoten in zijn inlichtingenplicht. Het bestuursorgaan hoefde niet ambtshalve te onderzoeken of appellant als adresloze voor bijstand in aanmerking kwam.
De Raad concludeerde dat het College bevoegd was de bijstand over de betreffende periode in te trekken en de kosten terug te vorderen. Er waren geen dringende redenen of bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd.