ECLI:NL:CRVB:2009:BI8290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag overname betalingsverplichtingen WW wegens te late indiening
Appellant was sinds april 2003 in vaste dienst bij een werkgever die vanaf november 2003 geen loon meer betaalde. Na een gerechtelijke uitspraak en het faillissement van de werkgever, diende appellant in maart 2007 een aanvraag in bij het UWV voor overname van betalingsverplichtingen op grond van hoofdstuk IV van de WW.
Het UWV wees deze aanvraag af omdat deze niet binnen de wettelijke termijn van 26 weken na het faillissement was ingediend. Appellant maakte bezwaar en stelde dat het UWV hem had moeten informeren over de mogelijkheid tot aanvraag, waardoor sprake zou zijn van een bijzonder geval.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat onbekendheid met de wet en het nalaten van de curator om te informeren geen bijzonder geval vormen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat het telefoongesprek met het UWV tijdens ziekte geen aanleiding gaf tot het wijzen op de aanvraagmogelijkheid.
De Raad concludeert dat geen bijzonder geval aanwezig is en bevestigt daarmee de afwijzing van de aanvraag wegens te late indiening.
Uitkomst: De aanvraag op grond van hoofdstuk IV van de WW wordt afgewezen wegens te late indiening; er is geen bijzonder geval.