ECLI:NL:CRVB:2015:3162
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening faillissementsuitkering na termijnoverschrijding
Verzoeker was commercieel directeur bij een bedrijf dat op 27 augustus 2013 failliet werd verklaard. Hij diende op 5 februari 2015 een aanvraag in voor een faillissementsuitkering, maar deze werd afgewezen omdat de aanvraag meer dan 26 weken na het faillissement werd ingediend.
Verzoeker stelde dat er sprake was van een bijzonder geval vanwege onwetendheid over het recht op een faillissementsuitkering, mede doordat hij als grensarbeider was geïnformeerd dat hij recht had op uitkering in België en niet in Nederland, en omdat hij niet was aangemeld bij het UWV door zijn werkgever.
De Raad oordeelde dat deze omstandigheden niet kwalificeren als een bijzonder geval. Onbekendheid met de regelgeving en het niet ontvangen van uitnodigingen door het UWV vormen geen geldige redenen om de termijnoverschrijding te accepteren.
Daarom kon het UWV niet afwijken van de termijn en het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de aanvraag te laat is ingediend en geen bijzonder geval is vastgesteld.