ECLI:NL:CRVB:2009:BI8296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Hulpverleningsplan ondertoezichtstelling is geen besluit in bestuursrechtelijke zin
Appellanten maakten bezwaar tegen een hulpverleningsplan OTS dat door een stichting in het kader van een ondertoezichtstelling was opgesteld voor hun minderjarige dochter. De bezwaarcommissie verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het plan niet als besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd beschouwd. Appellanten stelden beroep in bij de kinderrechter als bestuursrechter, die het beroep tegen het besluit van 6 september 2006 niet-ontvankelijk verklaarde en het beroep tegen het besluit van 20 maart 2007 ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hulpverleningsplan OTS een indicatief karakter heeft, niet gericht is op rechtsgevolg en geen zelfstandige rechtsverhouding schept. Het plan bevat een beschrijving van problematiek en voorgenomen activiteiten, zonder verplichtingen met sancties. Daarom is het geen besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb. Schriftelijke aanwijzingen in het plan kunnen wel op verzoek van belanghebbenden door de kinderrechter worden vervallen verklaard.
Verder werd geoordeeld dat de door appellanten ingeschakelde gemachtigde geen beroepsmatig verleende rechtsbijstand bood, zodat geen proceskostenveroordeling kon worden uitgesproken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling in hoger beroep opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het hulpverleningsplan OTS is geen besluit in de zin van de Awb.