ECLI:NL:CRVB:2009:BI8515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Wajong-uitkering na juiste medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante ontving sinds 1984 een Wajong-uitkering die in 2004 werd ingetrokken wegens vermindering van haar arbeidsongeschiktheid tot minder dan 25%. De rechtbank had het besluit van 26 november 2004 vernietigd op arbeidskundige gronden, maar de medische grondslag ongewijzigd gelaten. Tegen deze uitspraak werd geen hoger beroep ingesteld, waardoor de medische beoordeling onherroepelijk vaststaat.
Het Uwv nam vervolgens een nieuw besluit in mei 2006, waarbij het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de arbeidskundige gronden voldoende gemotiveerd waren en door appellante niet effectief waren bestreden.
In hoger beroep stond centraal of het Uwv het eerdere vonnis correct had uitgevoerd. De Raad oordeelde bevestigend en verwierp de stellingen van appellante over onvoldoende motivering en nieuwe medische gegevens. De Raad benadrukte dat het besluit van 20 februari 2007 geen nieuw medisch gegeven vormt en dat de medische grondslag van het oorspronkelijke besluit onherroepelijk is.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De intrekking van de Wajong-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de Wajong-uitkering op juiste medische en arbeidskundige gronden.