ECLI:NL:CRVB:2009:BI8524
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW- en TW-uitkering na start zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving een WW-uitkering en toeslag, maar startte op 15 juni 2005 werkzaamheden als zelfstandige in een omvang van meer dan 38 uur per week zonder dit volledig te melden. Het UWV beëindigde daarop de uitkering en vorderde terugbetaling van de ontvangen bedragen, inclusief een boete wegens overtreden van de inlichtingenplicht.
Appellant voerde aan dat hij het UWV tijdig had geïnformeerd via gesprekken met re-integratiecoaches en dat het UWV op de hoogte was van zijn zelfstandige activiteiten. Ook stelde hij dat het UWV te lang had gewacht met terugvordering en dat de terugvordering van de TW-uitkering onterecht was omdat daarvoor geen afzonderlijk herzieningsbesluit was genomen.
De Raad oordeelde dat het werknemerschap van appellant van rechtswege was verloren vanaf de start van de zelfstandige werkzaamheden en dat de herziening van de WW- en TW-uitkering terecht was. Het ontbreken van een afzonderlijk herzieningsbesluit voor de TW-uitkering stond terugvordering niet in de weg. De Raad vond geen reden om van terugvordering af te zien, ook niet vanwege vermeende toezeggingen of het tijdsverloop.
De boete wegens overtreden van de inlichtingenplicht werd bevestigd, omdat appellant niet voldeed aan de verplichting de zelfstandige uren op de werkbriefjes te vermelden, ondanks herhaalde waarschuwingen. Wel werd de boete verlaagd van €418 naar €410 vanwege een gewijzigde, gunstiger afrondingsmethode. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Herziening en terugvordering van WW- en TW-uitkeringen bevestigd, boete verlaagd naar €410 en proceskosten toegekend aan appellant.