ECLI:NL:CRVB:2009:BI9915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO- en AAW-uitkering en overschrijding redelijke termijn
Appellant, die sinds 1987 arbeidsongeschikt is en sindsdien geen werkzaamheden heeft verricht, verzocht om een WAO- en AAW-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkeringen op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% op de datum in geding. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit besluit in 2005 na een medisch deskundigenrapport.
De Centrale Raad van Beroep volgt de rechtbank en de deskundige in het oordeel dat de medische beperkingen en mogelijkheden van appellant adequaat zijn weergegeven en dat de geselecteerde functies passend zijn. Psychische klachten zijn niet aannemelijk gebleken uit het beschikbare rapport.
Appellant stelde voorts dat er sprake was van overschrijding van de redelijke termijn, zowel door het UWV als in de rechterlijke fase. De Raad besluit het onderzoek te heropenen om deze termijnoverschrijding nader te beoordelen, waarbij ook de Staat der Nederlanden als partij wordt betrokken. Een verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO- en AAW-uitkering en heropent het onderzoek voor beoordeling van de overschrijding van de redelijke termijn.