ECLI:NL:CRVB:2009:BI9951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ontheffing inschrijving werkzoekende WWB
Appellante ontvangt sinds 1983 bijstand en was sinds 2001 vrijgesteld van arbeidsinschakelingsverplichtingen vanwege niet-bemiddelbaarheid naar werk. Na een medisch advies van de GGD in 2005 dat zij medisch geen beperkingen heeft maar een grote afstand tot de arbeidsmarkt, besloot het College Leiden de vrijstelling per 29 december 2005 te laten vervallen. Appellante werd verplicht zich als werkzoekende in te schrijven bij het CWI, wat zij niet tijdig deed, waarna het College haar een waarschuwing gaf.
Appellante stelde dat zij op grond van eerdere vrijstellingen gerechtvaardigde verwachtingen had dat zij definitief was vrijgesteld van arbeidsverplichtingen, maar de Raad oordeelde dat deze vrijstellingen tijdelijk waren en het College bevoegd bleef deze in te trekken. De Raad stelde vast dat het College terecht weigerde ontheffing te verlenen vanaf 29 december 2005 en dat appellante de inschrijvingsplicht schond.
De Raad oordeelde echter dat het College ten onrechte ook andere arbeidsverplichtingen aan appellante had opgelegd en vernietigde het besluit van 28 november 2006 voor zover het de handhaving van deze verplichtingen betrof. Het College moet een nieuw besluit nemen waarbij alleen de inschrijvingsplicht en de verplichting tot beschikbaarheid voor arbeidsinschakeling worden gehandhaafd, terwijl andere verplichtingen tijdelijk worden voortgezet. Het College werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het College wordt vernietigd voor zover het andere arbeidsverplichtingen dan inschrijving als werkzoekende betreft en het College moet een nieuw besluit nemen.