ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1822
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering wegens niet vermelde freelance-inkomsten
Appellante ontving een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam herzag bij besluit van 16 augustus 2005 de bijstand over de periode 1 januari 2004 tot en met 31 juli 2005 vanwege het niet vermelden van inkomsten uit freelancewerkzaamheden. Hierdoor werd vastgesteld dat appellante teveel bijstand had ontvangen en werd een bedrag teruggevorderd.
Vervolgens stuurde het College meerdere brieven, waaronder een brief van 12 juli 2006, waarin het terug te vorderen bedrag werd gespecificeerd. Appellante maakte bezwaar tegen deze brief, maar het College verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief slechts een mededeling van informatieve aard betrof en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 8 augustus 2006 ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de brief van 12 juli 2006 geen besluit is en dat een inhoudelijke behandeling van de beroepsgronden tegen de terugvordering in deze procedure niet aan de orde is. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.