ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken specifieke feiten tegen rechter
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld en tijdens de zitting een wrakingsverzoek ingediend tegen het lid van de enkelvoudige kamer, mr. H.J. de Mooij, en de gehele Centrale Raad van Beroep. Het wrakingsverzoek moet gebaseerd zijn op feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van een specifiek rechterlijk lid aantasten.
De Raad benadrukt dat een wrakingsverzoek niet kan worden gericht tegen het gehele college, maar slechts tegen een of meer individuele rechters die de zaak behandelen. Verzoeker stelde dat er onwettige handelingen plaatsvinden waar de Raad geen gehoor aan geeft, maar heeft dit niet onderbouwd met concrete feiten.
De Raad concludeert dat er geen feiten of omstandigheden zijn die specifiek betrekking hebben op de persoon van de betrokken rechter en wijst het wrakingsverzoek daarom af. Ook het verzoek tot wraking van de gehele Raad wordt afgewezen omdat dit niet binnen de wettelijke grondslag valt.
Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk. Verzoeker en mr. De Mooij zijn gehoord, maar verzoeker is niet verschenen bij de meervoudige kamer. De uitspraak is op 6 juli 2009 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van specifieke feiten die de onpartijdigheid van de rechter aantasten.