ECLI:NL:CRVB:2009:BJ2373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering en oplegging boete door UWV
Appellant ontving sinds december 2001 een WW-uitkering en verrichtte werkzaamheden op basis van een nul-urenovereenkomst. Het UWV herzag de uitkering over de periode van maart tot oktober 2004 en vorderde een bedrag van €867,50 terug wegens onjuiste opgave van gewerkte uren. Tevens legde het UWV een boete van €88,- op wegens het niet correct doorgeven van werkuren.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en de boete terecht was opgelegd. Appellant stelde in hoger beroep dat de herziening onjuist was en dat het ne-bis-in-idem-beginsel de boete zou verbieden.
De Raad overwoog dat het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek had gedaan, mede op basis van door appellant verstrekte gegevens en verklaringen van de werkgever. De periode en het aantal uren waarop de herziening betrekking had, waren correct vastgesteld. Het beroep op het ne-bis-in-idem-beginsel faalde omdat appellant geen hoger beroep had ingesteld tegen eerdere uitspraken. De boete was in overeenstemming met het Boetebesluit socialezekerheidswetten.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak, waarbij de herziening, terugvordering en boete gehandhaafd bleven. Er werden geen proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de WW-uitkering en de oplegging van de boete door het UWV.