ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens bezit onroerend goed in buitenland
Appellant ontving sinds 2 juli 1999 bijstand, maar op grond van een tip startte de sociale recherche een onderzoek naar zijn bezit van onroerend goed in Marokko. Uit rapporten van de Nederlandse ambassade en sociale recherche bleek dat appellant eigenaar was van een woning en een appartementencomplex, waarvan hij het volle eigendom op 31 december 2007 aan zijn kinderen overdroeg.
Het College van burgemeester en wethouders van Leiden trok de bijstand van appellant met ingang van 1 januari 2006 in en herzag de bijstand over de periode van 2 juli 1999 tot en met 31 december 2005, met terugvordering van de onterecht ontvangen bedragen. Appellant maakte geen melding van zijn vermogen, waarmee hij zijn inlichtingenplicht schond.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en de Raad bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellant gedurende de gehele periode beschikte over vermogen boven de toepasselijke vermogensgrens en dat het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens bezit van onroerend goed in Marokko worden bevestigd.