ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigen risicodragerschap WAO en inlooprisico voor betaling uitkering
Appellante werd per 1 juli 2004 eigen risicodrager voor de WAO. De werkneemster viel echter al op 17 januari 2002 uit wegens ziekte en kreeg vanaf 16 januari 2003 een WAO-uitkering toegekend door het Uwv. Appellante betwistte dat zij vanaf 1 juli 2004 verantwoordelijk was voor de betaling van deze uitkering, omdat de uitkering was toegekend vóór haar eigen risicodragerschap en de werkneemster toen niet meer in dienst was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, maar de Raad vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug. Bij de aangevallen uitspraak stelde de rechtbank het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Raad dat op grond van de dwingendrechtelijke bepalingen van de artikelen 75 tot en met 75g van de WAO, met name artikel 75b, het eigen risicodragerschap ook het inlooprisico omvat. Dit betekent dat appellante gehouden is de WAO-uitkering die aan de werkneemster is toegekend vanaf 16 januari 2003 namens het Uwv te betalen.
De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van deze wettelijke regeling en bevestigt de aangevallen uitspraak, waarmee appellante gehouden blijft tot betaling van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante als eigen risicodrager gehouden is tot betaling van de WAO-uitkering, inclusief het inlooprisico.