ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K. Zeilemaker
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim door niet meewerken aan re-integratie
Appellant, werkzaam als medewerker basis-politiezorg sinds 1998, werd op 15 september 2006 ontslagen wegens plichtsverzuim omdat hij niet meewerkte aan zijn re-integratie na ziekte. De korpsbeheerder verwijt appellant dat hij herhaaldelijk eigengereid en non-coöperatief gedrag vertoonde, ondanks waarschuwingen en disciplinaire straffen. Een belangrijke aanleiding was het niet verschijnen op een verplicht re-integratiegesprek op 27 juni 2006, ondanks een duidelijke dienstopdracht en waarschuwing voor rechtspositionele gevolgen.
Appellant stelde dat hij door acute stress en emotionele problemen niet kon verschijnen en dat hij bezwaar had tegen de aanwezigheid van de bedrijfsarts, maar de Raad oordeelde dat de dienstopdracht niet onredelijk was en dat de persoonlijke omstandigheden geen reden waren om het gesprek uit te stellen. De psychiater van appellant stelde dat zijn gedrag niet volledig toerekenbaar was vanwege posttraumatische stresssymptomen, maar de Raad vond dat dit onvoldoende was om het plichtsverzuim te ontkennen.
De Raad concludeerde dat het gedrag van appellant toerekenbaar was en dat het ontslag niet onevenredig was gezien de ernst van het plichtsverzuim en de eerdere waarschuwingen. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het verzoek tot vergoeding van proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag wegens plichtsverzuim wordt bevestigd omdat appellant niet is verschenen op een redelijke dienstopdracht voor een re-integratiegesprek.