ECLI:NL:CRVB:2012:BV1561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K.J. Kraan
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door onjuiste hypotheekrenteaangiften
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst, werd geschorst en uiteindelijk onvoorwaardelijk ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim bestond uit het onjuist opvoeren van verhoogde hypotheekrenteaftrek over de jaren 2001 tot en met 2003, zonder voldoende bewijs dat deze schulden waren aangewend voor de eigen woning.
Ondanks herhaalde verzoeken kon appellant zijn stellingen niet met bewijsstukken staven. Een psychiater stelde dat appellant mogelijk onbewust onjuiste aangiften deed door psychische klachten, maar de Raad oordeelde dat dit niet uitsloot dat het plichtsverzuim aan appellant toerekenbaar was. De Raad vond de opgelegde straf van onvoorwaardelijk ontslag niet onevenredig, gelet op de ernst van het plichtsverzuim en de hoge integriteitseisen voor belastingambtenaren.
De Raad bevestigde tevens de schorsing en de gedeeltelijke inhouding van bezoldiging gedurende de schorsingsperiode. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. Het hoger beroep werd in zijn geheel ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het onvoorwaardelijk ontslag bevestigd.