ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening besluit ouderbijdrage na verkoop melkquotum en inkomensschommelingen
Betrokkene 1 exploiteerde een kleinschalig agrarisch melkveebedrijf en verkocht in 2003 zijn gehele melkquotum, wat leidde tot een eenmalig hoog inkomen in dat jaar en een daling in 2004. De Informatie Beheer Groep (appellante) had aanvankelijk het peiljaar voor de ouderbijdrage verlegd naar 2004, maar herzag dit later en baseerde de ouderbijdrage weer op 2003, wat leidde tot terugvordering van aanvullende beurs voor betrokkenen 2 en 3.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkenen gegrond wegens ondeugdelijke motivering en oordeelde dat sprake was van een (definitieve) gedeeltelijke bedrijfsbeëindiging, waardoor de inkomensdaling niet als normale inkomensschommeling kon worden aangemerkt. De Raad sluit hierbij aan en benadrukt dat de verkoop van het melkquotum fiscaal als gedeeltelijke staking van de onderneming moet worden beschouwd, mits dit door de belastingdienst als stakingswinst is erkend.
De Raad constateert dat appellante niet heeft onderzocht of deze fiscale kwalificatie van toepassing is en oordeelt dat het besluit van 12 september 2007 onzorgvuldig en ondeugdelijk gemotiveerd is. Daarom bevestigt de Raad de vernietiging van het besluit en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van de fiscale situatie. Tevens veroordeelt de Raad appellante in de proceskosten van €322,-.
Uitkomst: Het besluit van 12 september 2007 wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en onzorgvuldige voorbereiding, en appellante dient een nieuw besluit te nemen.