ECLI:NL:CRVB:2009:BJ4364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Uitspraak over vergoeding onderwijskosten en verrekening bij uitzending ambtenaar naar Curaçao
Appellant was vanaf 1 augustus 2001 uitgezonden naar Curaçao en ontving vergoedingen voor onderwijskosten en koerscompensatie op grond van de Tijdelijke Afspraken Uitzendvoorwaarden (TAU) en aanverwante regelingen. Na bezwaar tegen de gehanteerde plafonds en verrekening van te veel betaalde bedragen, werden besluiten 1 en 2 genomen, die door appellant werden aangevochten.
De rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde het beroep tegen besluit 1 ongegrond, terwijl de rechtbank Maastricht het beroep tegen besluit 2 deels gegrond verklaarde en de verrekening niet ontvankelijk achtte. De Raad stelde ambtshalve vast dat de rechtbank Maastricht bevoegd was en overwoog dat besluit 2 geen nadere uitvoering van besluit 1 is, waardoor een eigen oordeel mogelijk was.
De Raad bevestigde dat de Internationale School geen erkende onderwijsinstelling is zoals bedoeld in de regeling, waardoor het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde. De berekening van onderwijskosten volgens TAU, concept Rbana en Rbana leidde tot hetzelfde resultaat. De koerscompensatie over 1 april 2003 tot 1 januari 2004 was rechtmatig toegekend en niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. De minister had bevoegdheid tot verrekening van te veel betaalde bedragen met verplaatsingskosten, en het beroep daarop slaagde niet.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank Maastricht, verklaarde het beroep tegen besluit 2 ongegrond en veroordeelde de minister in de proceskosten van appellant. Tevens werd het griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed.