ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds 1996 bijstand en had zeven bankrekeningen waarover hij het College niet heeft geïnformeerd, wat een schending van de inlichtingenplicht oplevert. Het College trok de bijstand over de periode 1997-2005 in en vorderde een bedrag van bijna €19.000 terug, omdat de stortingen op deze rekeningen als inkomen moesten worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de stortingen afkomstig waren van kinderbijslag of besparingen, en dat het College terecht de bijstand heeft herzien en teruggevorderd.
Verder stelde de Raad vast dat het College geen onredelijke verwachtingen heeft gewekt door eerder een verlaging van de bijstand toe te passen en dat het terugvorderingsbedrag juist is vastgesteld. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-melding van bankrekeningen en wijst het hoger beroep af.