ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking garantietoeslag bij herziening bijstand na meerderjarigheid kind
Appellante ontving bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder. Na het 18e levensjaar van haar inwonende zoon werd haar bijstand herzien naar de norm voor een alleenstaande, waarbij een garantietoeslag werd toegekend voor de periode tot eind maart 2006. Vanaf 1 april 2006 ontving de zoon studiefinanciering, waarna de garantietoeslag werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de inkomensdaling niet volledig werd gecompenseerd, dat onjuiste normen werden toegepast, en dat onvoldoende rekening was gehouden met het individualiseringsbeginsel en bijzondere ziektekosten van de zoon.
De Raad stelt dat het verschil in inkomen door normwijziging op zichzelf geen grond is voor bijzondere bijstand. Vanaf het 18e jaar zijn ouder en kind zelfstandige rechtssubjecten, waardoor alleen bijzondere bijstand kan worden toegekend indien aan artikel 35 WWB Pro is voldaan. De garantietoeslag is een gebonden bevoegdheid en het beleid is consistent toegepast. Er is geen grond om de intrekking onjuist te achten. Het hoger beroep en verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.
Uitkomst: De garantietoeslag is terecht ingetrokken en het hoger beroep wordt afgewezen.