ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving sinds 1988 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Na een strafrechtelijk onderzoek in 2005 stelde de gemeente Haarlem vast dat zij al jarenlang samenwoonde met haar partner zonder dit te melden. Op basis hiervan trok het College van B&W de bijstand in over meerdere periodes en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante dat zij met haar partner een gezamenlijke huishouding voerde, maar de Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen en verklaringen voldoende bewijs vormden dat haar partner zijn hoofdverblijf in haar woning had. Hierdoor was zij geen zelfstandig bijstandsontvanger.
Appellante stelde dat de sociale dienst op de hoogte was van haar relatie, maar kon dit niet onderbouwen. De Raad concludeerde dat zij haar wettelijke inlichtingenverplichting had geschonden. Het College handelde rechtmatig bij intrekking en terugvordering conform het beleid en de wettelijke bepalingen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering bevestigd.