ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens
Appellant ontving vanaf juni 2003 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van informatie dat appellant beschikte over een auto waarmee de vermogensgrens werd overschreden, voerde de gemeente Utrecht een onderzoek uit. Dit onderzoek, inclusief dossieronderzoek en verklaringen, leidde tot besluiten tot intrekking van de bijstand en terugvordering van kosten over de periode van februari 2004 tot maart 2006.
Het College stelde dat appellant feitelijk de beschikkingsmacht had over vier auto's, ondanks dat deze op naam van een ander stonden geregistreerd. Zowel verklaringen van appellant als van de geregistreerde eigenaar ondersteunden dit standpunt. Appellant voerde aan dat de auto's toebehoorden aan familieleden die ze in gebruik hadden gegeven, maar deze stellingen werden door de Raad niet gevolgd vanwege gebrek aan objectieve onderbouwing.
De Raad concludeerde dat de auto's tot het vermogen van appellant behoorden en dat hij de vermogensgrens overschreed. Tevens werd vastgesteld dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden. De Raad oordeelde dat het College terecht de bijstand had ingetrokken en de gemaakte kosten mocht terugvorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering van kosten worden bevestigd wegens overschrijding van de vermogensgrens.