ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit terugvordering toeslag wegens strijd met IVBPR art. 26
Appellante ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering met toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW). Het UWV trok deze toeslag met terugwerkende kracht in vanaf 26 december 2000, omdat werd aangenomen dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met een huisgenoot. De rechtbank vernietigde het besluit gedeeltelijk en bepaalde een terugvordering van €14.141.
In hoger beroep stelde appellante dat zij niet samenwoonde met de huisgenoot en dat er geen sprake was van wederzijdse verzorging. De Raad overwoog dat het onweerlegbaar rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding uit artikel 1 lid 5 sub b TW Pro zonder tijdsbeperking in strijd is met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR).
De Raad stelde dat het rechtsvermoeden slechts tot de leeftijd van 18 jaar van het jongste kind gerechtvaardigd kan zijn. Omdat de dochter van appellante op 28 december 2000 18 werd, moest het rechtsvermoeden vanaf die datum buiten toepassing worden gelaten. Tevens concludeerde de Raad dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke situatie en wederzijdse verzorging.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot terugvordering van toeslag wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.