ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ontzegging WW-uitkering wegens onjuiste eerste werkloosheidsdag
Appellant was vanaf 1 januari 2005 in dienst bij een werkgever en werkte tot 2 juni 2006, ondanks dat het contract formeel eindigde op 1 mei 2005. Het UWV ontzegde appellant het recht op een WW-uitkering met ingang van 1 mei 2005, omdat hij niet aan de referte-eis voldeed. De rechtbank handhaafde dit besluit deels, ondanks vernietiging van het besluit zelf.
Appellant stelde dat hij pas vanaf 2 juni 2006 werkloos was, omdat hij tot die datum werkte en loon ontving. De Raad overwoog dat appellant inderdaad pas vanaf die datum aan de voorwaarden voor werkloosheid voldeed, omdat hij tot dan arbeid verrichtte en loon ontving. Het UWV en de rechtbank gingen ten onrechte uit van 1 mei 2005 als eerste werkloosheidsdag.
De Raad vernietigde daarom de aangevallen uitspraak voor zover deze de rechtsgevolgen in stand liet, en beval het UWV binnen twee weken een nieuw besluit te nemen over het WW-recht met ingang van 2 juni 2006. Tevens legde de Raad een dwangsom op aan het UWV voor het geval het niet binnen de gestelde termijn beslist en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Raad vernietigt de uitspraak en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met ingang van 2 juni 2006.