ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste wettelijke grondslag
Appellante ontving sinds 1997 bijstand als alleenstaande en gaf op dat zij duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot. Na een onaangekondigd huisbezoek op 7 juni 2006 concludeerde het College dat appellante niet daadwerkelijk woonachtig was op het opgegeven adres, waarna de bijstand per 1 juni 2006 werd ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat appellante en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden en als gezin moesten worden aangemerkt. Hierdoor had appellante geen recht op bijstand als alleenstaande. De Raad stelde vast dat de intrekking niet beperkt was tot een juiste periode en dat het besluit vernietigd moest worden wegens strijd met de wettelijke grondslag.
De Raad verwierp de stellingen van appellante dat het huisbezoek onrechtmatig was en dat zij onder druk haar handtekening had gezet. De bevindingen van het huisbezoek boden voldoende grondslag om aan te nemen dat zij niet op het opgegeven adres woonde. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand, en het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd wegens onjuiste wettelijke grondslag en het beroep wordt gegrond verklaard.