ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7705
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Opschorting, intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verblijf in het buitenland
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd geconfronteerd met opschorting en intrekking van haar uitkering vanwege onduidelijkheid over haar verblijf in Engeland. Het College stelde dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld omdat de begin- en einddatum van het verblijf onduidelijk waren.
De Raad oordeelt dat appellante redelijkerwijs haar verblijf in het buitenland had moeten melden, ook al was het kort. Appellante heeft aannemelijk gemaakt dat zij niet langer dan 20 dagen in het buitenland verbleef, en het College erkende dat er geen ander verblijf in het buitenland bekend was. Hierdoor kon het College het recht op bijstand niet onvaststellen.
Het besluit van 5 maart 2008 wordt vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb. Het College moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak, inclusief aandacht voor schadevergoeding en kostenvergoeding. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen.