ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorwaardelijke maatregel en bezwaar bij verlaging WWB-uitkering
De zaak betreft een geschil over de toepassing van een voorwaardelijke maatregel en de verlaging van een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Betrokkene had na intrekking van eerdere bijstand opnieuw bijstand aangevraagd. Appellant had een brief gestuurd waarin werd aangekondigd dat bij toekomstige toekenning van bijstand een verlaging van 30% zou worden toegepast wegens inlichtingenverzuim.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze brief van 18 juli 2006 geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dus geen rechtsgevolg heeft. Pas bij de daadwerkelijke toekenning en verlaging van de uitkering ontstaat een besluit dat bezwaar vatbaar is. De rechtbank had eerder geoordeeld dat het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk was en dat het bezwaar tegen de verlaging van 13 oktober 2006 wel ontvankelijk was en inhoudelijk moest worden beoordeeld.
De Raad bevestigt deze uitspraken en wijst erop dat het bezwaar tegen de verlaging van de uitkering ontvankelijk is. Omdat appellant het nieuwe besluit op bezwaar nog niet had genomen, beveelt de Raad dat dit binnen vier weken moet gebeuren. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de brief geen besluit is, maar dat het bezwaar tegen de verlaging van de WWB-uitkering ontvankelijk is en beveelt appellant een nieuw besluit op bezwaar te nemen.