ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- A.B.J. van der Ham
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens onvoldoende onderzoek gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder. Het College beëindigde de bijstand op grond van een vermeende gezamenlijke huishouding met haar voormalige partner vanaf oktober 2002, gebaseerd op een verklaring van appellante. Onderzoek ter plaatse en verklaringen van de voormalige partner en onderhuurders wezen echter op het ontbreken van gezamenlijke bewoning. Het College stelde het intrekkings- en terugvorderingsbesluit vast zonder nader onderzoek, wat in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.
De Raad oordeelt dat het College onvoldoende onderzoek heeft verricht naar de feitelijke woonsituatie en dat het intrekkingsbesluit vernietigd moet worden. De rechtsgevolgen van de intrekking over de periode 25 oktober 2005 tot en met 30 april 2006 blijven echter in stand vanwege schending van de inlichtingenverplichting door appellante. De terugvordering wordt geacht ondeelbaar en wordt vernietigd.
Het bestreden beëindigingsbesluit blijft op subsidiaire gronden in stand omdat appellante niet heeft gemeld dat zij sinds 25 oktober 2005 niet meer op het opgegeven adres woonde, waardoor haar recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De Raad veroordeelt het College tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Intrekkingsbesluit bijstand vernietigd wegens onvoldoende onderzoek, beëindigingsbesluit deels in stand, terugvordering vernietigd.