ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 44 WAO met terugwerkende kracht en terugvordering onverschuldigde uitkering
De zaak betreft een geschil over de toepassing van artikel 44 van Pro de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) waarbij appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, betrokkene een terugvordering oplegde wegens onverschuldigde WAO-uitkering en een bestuurlijke boete voor het niet nakomen van de inlichtingenplicht.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van betrokkene tegen de besluiten niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit van 20 december 2007 wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat betrokkene niet wist dat zij melding moest maken van haar wisselende inkomsten. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat noch de tekst noch de strekking van artikel 44 WAO Pro zich verzet tegen terugwerkende kracht. De Raad stelt vast dat de voorwaarde voor toepassing van artikel 44 is Pro vervuld en dat appellant zijn bestendige gedragslijn consistent heeft toegepast. Er zijn geen aanwijzingen dat betrokkene mocht vertrouwen op een afwijkende behandeling of dat het rechtszekerheidsbeginsel in dit geval toepassing vindt.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voorzover aangevochten, verklaart het beroep van betrokkene ongegrond en bevestigt de terugvordering en boete. De Raad acht geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de besluiten van appellant worden bekrachtigd.