ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen afzonderlijk bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Utrecht trok de bijstand met ingang van 1 januari 2002 in en vorderde de kosten terug omdat zij meende dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden.
De Raad onderzocht het bewijs, waaronder getuigenverklaringen van buurtbewoners en onderzoeksrapporten van de sociale recherche. De verklaringen bleken onvoldoende concreet om aan te tonen dat appellante haar hoofdverblijf had bij appellant of dat er sprake was van financiële verstrengeling of wederzijdse verzorging.
De Raad oordeelde dat de besluiten van het College niet op een deugdelijke grondslag berusten en vernietigde de aangevallen uitspraken van de rechtbank. Tevens herroept de Raad de besluiten van het College en veroordeelt het College in de proceskosten van appellanten. De nieuwe aanvraag van appellant werd eveneens onterecht afgewezen en dit besluit werd eveneens vernietigd en herroepen.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand en herroept deze wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding.