ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- H. Bedee
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WAO-uitkering ondanks ontbreken verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering met ingang van 17 januari 1994 in te trekken en het terugvorderen van onverschuldigde uitkeringen over de periode van 1996 tot 2006. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging.
De Raad overwoog dat het ontbreken van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet leidt tot vernietiging van het besluit, mede gelet op het rapport werknemersfraude dat een aanmerkelijke arbeidsprestatie van appellant sinds 1994 vaststelt. Appellant had geen verifieerbare administratie van zijn inkomsten bijgehouden, waardoor het UWV gerechtigd was om de inkomsten schattenderwijs vast te stellen.
Verder stelde de Raad vast dat appellant voldoende gelegenheid had om medische rapportages van behandelend artsen aan te leveren, maar dit niet had gedaan. De Raad zag geen aanleiding het onderzoek te schorsen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.