ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperkte studiefinanciering voor EU-student wegens niet voldoen aan beleidsregels
Betrokkene, een EU-student, ontving in 2001 studiefinanciering. Appellante herzag de toegekende studiefinanciering over diverse maanden in 2001 en vorderde terugbetaling wegens onvoldoende gewerkte uren en het niet voldoen aan de status van migrerend werknemer. De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit, stellende dat een strikte minimum eis van 32 uur per maand niet verenigbaar is met het gemeenschapsrecht en dat betrokkene als werknemer moet worden beschouwd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat betrokkene niet voldeed aan de beleidsregel van 32 uur en de voorwaarde van vijf jaar verblijf voorafgaand aan haar studie. De Raad oordeelde dat het aantal gewerkte uren waarop appellante zich baseerde juist was en dat de beleidsregel 32 uur een aanvaardbare maatstaf is. Wel werd verduidelijkt dat vakanties en ziekte in de berekening buiten beschouwing mogen blijven.
De Raad stelde vast dat betrokkene niet voldeed aan de voorwaarde van vijf jaar voorafgaand verblijf, waardoor de beleidsregel van 9 mei 2005 op haar van toepassing is. Er waren geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken. Betrokkene had wel recht op een Raulinvergoeding over de herzieningsmaanden.
De Raad bevestigde het vernietigen van het besluit van 3 oktober 2003 en vernietigde het besluit van 5 oktober 2004. Appellante moet een nieuw besluit op bezwaar nemen met inachtneming van de uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van studiefinanciering wordt vernietigd en appellante moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.