ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1015
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beperkte studiefinanciering voor niet werkende EU-studenten met verblijfsvoorwaarde
In deze zaak stond centraal of appellante, een EU-studente die zich in Nederland had gevestigd, recht had op volledige studiefinanciering over de periode juli tot en met december 2003. De IB-Groep had de studiefinanciering herzien en teruggevorderd omdat appellante niet als communautair werknemer kon worden aangemerkt in die periode.
De Raad stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, dat bevestigde dat een verblijfsvoorwaarde van vijf jaar ononderbroken legaal verblijf gerechtvaardigd is om integratie in de ontvangende lidstaat te waarborgen. Appellante had echter minder dan vijf jaar onafgebroken in Nederland verbleven, waardoor de beleidsregel van de IB-Groep van toepassing was.
De Raad oordeelde dat de herziening van de studiefinanciering in overeenstemming is met het communautaire recht, behalve voor het gedeelte dat betrekking heeft op de onderwijsbijdrage (collegegeld). Dit deel van de studiefinanciering moet gelijk worden behandeld als bij Nederlandse studenten, conform het arrest Raulin. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd de IB-Groep opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.
Daarnaast werd de IB-Groep veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep, inclusief een bedrag voor rechtsbijstand en reis- en verblijfkosten, exclusief kosten voor de gemachtigde.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de IB-Groep wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak.