ECLI:NL:CRVB:2009:BK0082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Weigering voorschot WW-uitkering na ontslag wegens niet melden aanrijding
Appellant was sinds 1981 werkzaam als personenvervoerder bij [B.V.] en veroorzaakte in 2006 een aanrijding met een tram, die hij niet bij zijn werkgever meldde. Na onderzoek werd appellant geschorst en vervolgens ontslagen wegens dit plichtsverzuim. Het UWV weigerde een voorschot op de WW-uitkering omdat het vermoedde dat appellant verwijtbaar werkloos was.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag terecht was en dat het UWV op grond daarvan het voorschot mocht weigeren. In hoger beroep betoogde appellant dat er geen sprake was van verwijtbare werkloosheid, maar de Raad overwoog dat het UWV op grond van artikel 31 WW Pro bevoegd is een voorschot te weigeren indien een blijvende weigering van de uitkering te verwachten is.
De Raad stelde vast dat het UWV zorgvuldig had onderzocht welke omstandigheden tot het ontslag hadden geleid, waaronder het niet melden van de aanrijding en een eerdere berisping wegens vervalsing van een brief. Gezien deze feiten was het redelijk dat het UWV het voorschot weigerde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het voorschot op de WW-uitkering bevestigd.