ECLI:NL:CRVB:2010:BO7870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over weigering voorschot WW-uitkering wegens ernstig arbeidsconflict
Appellante was werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en raakte betrokken bij een ernstig arbeidsconflict dat leidde tot haar ziekmelding en uiteindelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim. Na haar ontslag vroeg zij een WW-uitkering aan, maar het UWV weigerde een voorschot op de uitkering omdat zij vermoedde dat appellante verwijtbaar werkloos was geworden.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat appellante vanaf 20 oktober 2005 tot 1 april 2007 arbeidsongeschikt was en dat deze arbeidsongeschiktheid haar gedrag in het arbeidsconflict beïnvloedde. Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat haar verwijt gemaakt kon worden voor de toepassing van de WW.
De Raad vond dat het UWV niet in redelijkheid het voorschot kon weigeren en vernietigde het bestreden besluit. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat appellante zich liet bijstaan door haar echtgenoot en geen externe kosten maakte.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om het voorschot op de WW-uitkering te weigeren wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.