ECLI:NL:CRVB:2009:BK0186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en terugvordering
Appellante ontving sinds 1982 bijstand en werd vanaf 24 november 2006 verdacht van het verrichten van werkzaamheden in een wassalon zonder dit te melden aan het College. Na onderzoek en observaties besloot het College de bijstand met ingang van 1 maart 2007 in te trekken en de over die periode ontvangen bijstand terug te vorderen.
Appellante diende meerdere aanvragen om bijstand in, die door het College werden afgewezen. Haar bezwaarschrift tegen het besluit van 23 maart 2007 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn. De rechtbank vernietigde het besluit van 18 juni 2007, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante de inlichtingenverplichting heeft geschonden door haar werkzaamheden niet te melden, dat deze werkzaamheden als op geld waardeerbare arbeid moeten worden beschouwd en dat het College terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd. Ook bevestigt de Raad de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens termijnoverschrijding en wijst het beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag en terugvordering bevestigd.