ECLI:NL:CRVB:2009:BK0377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag bijstand wegens niet-woning op opgegeven adres
Appellant diende op 4 juni 2007 een aanvraag in voor algemene bijstand waarbij hij verklaarde te wonen op een kamer aan een bepaald adres. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage wees deze aanvraag af omdat appellant niet op dat adres woonachtig was. Een huisbezoek op 14 juni 2007 toonde aan dat appellant geen sleutel had van de kamerdeur en er geen persoonlijke spullen van hem aanwezig waren, terwijl er wel spullen van anderen werden aangetroffen.
Appellant diende vervolgens op 25 juni 2007 een herhaalde aanvraag in, die eveneens werd afgewezen. De Raad oordeelde dat het op de aanvrager ligt om aan te tonen dat er een wijziging van omstandigheden is die recht geeft op bijstand. Appellant slaagde hier niet in, mede omdat ook bij een huisbezoek op 25 juli 2007 geen aanwijzingen waren dat hij daadwerkelijk op de kamer woonde.
De Raad concludeerde dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden door onvoldoende duidelijkheid te verschaffen over zijn woonsituatie. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant bijstand behoefde. De aangevallen uitspraken van de rechtbank werden bevestigd en de aanvragen terecht afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvragen wegens onvoldoende bewijs van woonachting op het opgegeven adres.