ECLI:NL:CRVB:2009:BK0649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht bij autobezit
Appellante ontving bijstand samen met haar partner over de periode 2002-2005. Het College van burgemeester en wethouders van Arnhem had de bijstand over bepaalde maanden ingetrokken en teruggevorderd wegens vermoedens van niet-meldingen van autobezit en transacties.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad onderzocht de kentekenregistraties van de RDW waaruit bleek dat vijftien auto’s op naam van appellantes partner stonden, vaak kortstondig, wat duidt op transacties.
Appellante stelde dat de auto’s alleen voor eigen gebruik waren en dat zij haar inlichtingenplicht niet had geschonden. De Raad oordeelde dat dit onvoldoende aannemelijk was gemaakt en dat het bezit en de transacties van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand. Het niet melden hiervan betekent een schending van de inlichtingenplicht.
De Raad bevestigde dat het College bevoegd was de bijstand over de betreffende transactiemaanden in te trekken en terug te vorderen, en dat het College daarbij beleidsregels correct had toegepast. De omstandigheden, waaronder het schuldsaneringstraject van appellante, rechtvaardigden geen afwijking van deze regels. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht over transactiemaanden.