ECLI:NL:CRVB:2009:BK0945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor orthodontiekosten minderjarige zoon
Betrokkene vroeg bijzondere bijstand aan voor orthodontiekosten van haar minderjarige zoon die niet werden gedekt door de aanvullende ziektekostenverzekering. Het College van burgemeester en wethouders van Maastricht wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Maastricht vernietigde dit besluit en oordeelde dat het College een buitenwettelijk begunstigend beleid voerde door bijzondere bijstand toe te kennen voor kosten die de maximale vergoeding van de zorgverzekeraar overstijgen.
Het College nam vervolgens een nieuw besluit ter uitvoering van het vonnis en ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. Betrokkene stelde dat het College niet-ontvankelijk was omdat het een nieuw besluit had genomen en voerde een beroep in op het vertrouwensbeginsel vanwege het vermeende buitenwettelijke beleid onder de Ziekenfondswet.
De Raad oordeelde dat het College niet-ontvankelijkheid niet aannemelijk maakte, dat geen sprake was van buitenwettelijk beleid en dat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van het College ongegrond en vernietigde het besluit van 16 april 2008. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van het College wordt ongegrond verklaard en het besluit van 16 april 2008 wordt vernietigd.